Op 15 november 2025 vertelde Leendert van der Valk in het Kruithuis over het leven van de bewoners van de Nieuwe Hollandse Waterlinie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij richtte zich daarbij vooral op de mensen die woonden en werkten op Fort bij Rijnauwen en Fort Vechten. Twee verhalen stonden centraal: dat van de 40-jarige Klaas Brouwer uit Groningen, commandant van 300 militairen, en dat van de 7-jarige Truusje Willemse, dochter van de fortwachter van Fort Vechten.
Klaas leren we kennen via de vele liefdevolle brieven die hij naar zijn vrouw schreef. In 1939 werd hij gelegerd op Fort bij Rijnauwen, maar later overgeplaatst naar Fort Vechten, waar hij Truusje ontmoette – een meisje van dezelfde leeftijd als zijn oudste zoon Jan. Tijdens de lezing vertelde Leendert hoe hard Klaas en zijn mannen werkten om de forten klaar te maken voor een mogelijke oorlog. In de winter moesten ze de fortgrachten ijsvrij houden; de uitgezaagde ijsblokken werden opgestapeld als extra verdedigingsmuur. Ook groeven ze de antitankgracht en bouwden ze een aspergestelling: een betonnen constructie in het wegdek waarin zware stalen balken – de ‘asperges’ – konden worden geplaatst om de weg te blokkeren. Deze gracht en aspergestelling zijn nog altijd zichtbaar langs de Rhijnauwenselaan.
Door de verhalen en foto’s kwam het dagelijks leven in de mobilisatietijd indringend tot leven. Boeren uit de omgeving, die voorheen nooit op het fort mochten komen, moesten nu voedsel leveren en beerputten legen. Hun land werd onder water gezet, en terwijl veel burgers vertrokken vanwege de dreigende oorlog, bleven zij achter om voor hun vee te zorgen. Ook voor Truusje veranderde alles: waar Fort Vechten ooit haar grote speelterrein was, werd het nu verboden militair gebied en trok het gezin zich steeds verder terug in de fortwachterswoning.
Wie niet bij de lezing aanwezig was, maar wel wil weten hoe het Klaas, Truusje en de andere bewoners van de Nieuwe Hollandse Waterlinie verder verging, kan terecht in het boek Onheilstij. Leendert van der Valk reconstrueerde daarin hun waargebeurde verhalen.
Tekst en foto’s: Judith Marcellis
